Wetenschap

De klimaatstrijd wereldwijd: wat echt beter gaat en wat nog faalt

De klimaatstrijd wereldwijd: wat echt beter gaat en wat nog faalt

De voortgang van de strijd tegen klimaatverandering is minder zwart-wit dan veel koppen doen vermoeden. Wereldwijd worden zonnepanelen, batterijen en elektrische auto’s sneller uitgerold dan bijna iemand tien jaar geleden voorspelde, maar de totale uitstoot daalt nog niet hard genoeg. Dat is de kern: de techniek sprint, het beleid schuifelt en de uitvoering hapert.

In een nieuwsstroom vol zoekopdrachten naar airbnb, eindhoven airport, airpods, solitaire, robot, gilbert mackaaij, laatste ai nieuws, daniël boissevain, protonmail en oorlog oekraine raakt klimaat makkelijk uit beeld. Toch laten de cijfers iets opvallends zien: er is echte vooruitgang, alleen nog niet op de schaal die nodig is.

De voortgang van de strijd tegen klimaatverandering in cijfers

Wie alleen naar temperatuurrecords kijkt, wordt somber. Wie naar investeringen en uitrol kijkt, ziet juist dat de energietransitie op meerdere fronten versnelt.

Schone stroom groeit razendsnel

Volgens het Internationaal Energieagentschap werd in 2023 wereldwijd een record aan hernieuwbare capaciteit toegevoegd: ruim 500 gigawatt, vooral zon en wind. Zonne-energie is in veel regio’s inmiddels de goedkoopste nieuwe stroombron.

Ook elektrische auto’s zijn geen niche meer. In 2023 werden wereldwijd ongeveer 14 miljoen EV’s verkocht, goed voor grofweg 18 procent van alle nieuwe auto’s. Batterijen zijn goedkoper en beter geworden, waardoor de markt structureel verandert.

Maar de uitstoot blijft te hoog

Daar staat een harde realiteit tegenover. De energiegerelateerde CO2-uitstoot kwam in 2023 uit op ongeveer 37,4 gigaton, opnieuw een record. De groei was kleiner dan in eerdere jaren, maar een record blijft een record.

En voor het 1,5-gradendoel is dat onvoldoende. Het IPCC rekende voor dat de mondiale uitstoot in 2030 grofweg 43 procent lager moet liggen dan in 2019. Met het huidige beleid zit de wereld daar nog ver vandaan.

Beleid: veel beloften, minder uitvoering

De grootste les van de afgelopen jaren is dat klimaatbeleid werkt zodra het concreet, voorspelbaar en langjarig is. Subsidies, normen, CO2-prijzen en investeringen in netten leveren meetbare resultaten op. Losse ambities doen dat veel minder.

Wat wél effect heeft

In de VS gaf de Inflation Reduction Act een forse impuls aan fabrieken voor batterijen, zonnepanelen en schone industrie. In Europa duwen de Green Deal, strengere uitstootnormen en het emissiehandelssysteem bedrijven richting elektrificatie en efficiëntie.

China laat tegelijk het dubbele beeld van deze tijd zien. Het land bouwt verreweg de meeste zonne- en windparken ter wereld en domineert delen van de EV-keten, maar keurt ook nog nieuwe kolencapaciteit goed. Dat maakt de mondiale balans beter, maar nog niet veilig.

Waar het stokt

De echte rem zit vaak niet meer in de technologie, maar in vergunningen, netcongestie, financiering en politieke keuzes. Een windpark bouwen is één ding; het op tijd aansluiten op het elektriciteitsnet is iets anders.

Ook internationaal is de kloof groot. Rijke landen beloven steun aan armere landen voor aanpassing en schone groei, maar de geldstromen lopen nog achter op de noodzaak. Daardoor blijft de voortgang van de strijd tegen klimaatverandering ongelijk verdeeld.

Innovatie versnelt, maar vervangt geen hard beleid

Nieuwe technologie maakt het verschil groter dan veel mensen beseffen. Vooral bij stroomopwekking, opslag en transport wordt de klimaatstrijd steeds meer een kostenwedstrijd in plaats van alleen een moreel debat.

De grootste doorbraken

  • Zonnepanelen: goedkoper, sneller te installeren en wereldwijd schaalbaar.
  • Batterijen: essentieel voor EV’s en voor het opvangen van pieken en dalen op het net.
  • Warmtepompen: cruciaal om gasverbruik in gebouwen terug te dringen.
  • Groene waterstof: nog duur, maar potentieel belangrijk voor staal, scheepvaart en chemie.

Daar komt AI bij. Slimmere software kan netten beter balanceren, gebouwen zuiniger maken en fabrieken efficiënter sturen. Maar wie denkt dat een app of een robot het klimaatprobleem oplost, onderschat de schaal van de opgave.

Wat nog achterblijft

Juist in de zwaarste sectoren is de vooruitgang traag: cement, staal, luchtvaart en scheepvaart. Daar zijn alternatieven duurder en infrastructuurprojecten duren langer. Dat maakt thema’s als vliegen via eindhoven airport of de groeidruk van verhuurplatforms als airbnb ook onderdeel van het grotere plaatje: gedrag, ruimte en energiegebruik tellen mee.

De slotsom is dus dubbel. De voortgang van de strijd tegen klimaatverandering is echt, zichtbaar en meetbaar in technologie en investeringen. Maar zonder snellere afbouw van fossiele brandstoffen, sterkere netten en consequenter beleid blijft die vooruitgang te klein voor de klimaatdoelen.

FAQ

Gaat het wereldwijd beter dan veel mensen denken?

Op sommige punten wel. Hernieuwbare energie, batterijen en elektrische auto’s groeien sneller dan oude scenario’s voorspelden. Maar omdat de totale uitstoot nog niet stevig daalt, voelt die vooruitgang kleiner dan ze is.

Waarom daalt de wereldwijde uitstoot nog niet snel genoeg?

Omdat schone energie vooral extra vraag opvangt, terwijl olie, gas en kolen nog niet snel genoeg worden vervangen. Bovendien lopen netten, vergunningen en investeringen in veel landen achter.

Wat is nu de belangrijkste volgende stap?

Niet één wondermiddel, maar drie dingen tegelijk: sneller fossiel afbouwen, elektriciteitsnetten uitbreiden en schone technologie goedkoper en massaler uitrollen. Dáár wordt de voortgang van de strijd tegen klimaatverandering de komende jaren op beslist.

Conclusie: de wereld staat niet stil, maar ook niet op koers. De klimaatstrijd is geen verhaal van mislukking of succes, maar van versnelling op sommige fronten en gevaarlijke vertraging op andere. Wie echt wil weten waar we staan, moet tegelijk naar uitstoot, beleid én uitvoering kijken.